Zelfbeheersing, waar haal je het vandaan?!

0 Comments

Zelfcontrole (ook bekend als zelfbeheersing) is de mogelijkheid om gedachten, emoties, driften en gedrag te controleren of te overschrijven. Het zorgt voor flexibiliteit die nodig is om doelen te bereiken. Afvallen, je spiermassa vergroten zijn bijvoorbeeld doelen die discipline en zelfcontrole vereisen. Maar ook in andere zaken van het dagelijkse leven heb je het nodig. Het is daardoor een van de meest belangrijke en heilzame eigenschappen in de persoonlijkheid structuur van mensen. Maar zelfcontrole is niet altijd succesvol, soms geven we toe aan onze driften. Het lijkt dat zelfcontrole, de meeste lichamelijke processen, ook afhankelijk is van een energie bron om succesvol te zijn. Zelfs dusdanig afhankelijk, dat na het toepassen van zelfcontrole, onze zelfcontrole vervolgens verzwakt. Bij RFB Training krijgen wij veel te maken met zelfbeheersing. Kennis over zelfbeheersing is dus belangrijk. Het is een psychologisch proces, waar ook biologische processen mee te maken hebben. Wat is bijvoorbeeld de energiebron van zelfcontrole, en hoe is de relatie tussen deze bron en zelfcontrole?

Glucose als energiebron. (Gaillot et al 2007)

Gailliot et al. (2007) hebben onderzocht in hoeverre zelfcontrole afhankelijk is van glucoselevels in het bloed. Aanvangspunt van dit onderzoek was dat glucose de energiebron is van zelfbeheersing en dat een laag glucose gehalte in het bloed zelfbeheersing zal inperken. De twee belangrijkste doelen van het onderzoek waren (a) het aantonen dat glucose in het bloed afneemt van voor tot na het uitvoeren van een zelfbeheersingstaak en (b) om te laten zien dat een laag glucose gehalte na een zelfbeheersingstaak een gedragsverslechtering bij een opvolgende zelfbeheersingstaak voorspelt. Door Gailliot et al. zijn negen verschillende studies uitgevoerd om dit te onderzoeken. Iedere studie bevatte een taak die zelfcontrole vereiste van de deelnemer, zoals het bekijken van een film met een extra taak, uitvoeren van een Stroop test (Ontwikkeld door J.R. Stroop in 1897 (Jensen & Rohwer (1966)) en behulpzaamheid naar anderen toe. Om het effect van glucose op zelfcontrole te meten werd tijdens enkele studies glucosedrank toegediend om te kijken of dit zelfcontrole zou beïnvloeden.

Uit deze negen studies zijn drie hoofdbevindingen voort gekomen. Ten eerste dat het glucoseniveau daalt na het uitvoeren van een zelfbeheersingstaken. Ten tweede dat een laag glucose niveau na een eerste zelfbeheersingstaak gelinkt is aan slechte zelfbeheersing bij een opvolgende taak. Ten derde dat experimentele manipulaties met glucosegehalte de verminderde zelfbeheersing, als gevolg van een initiële zelfbeheersingstaak, teniet doen. Volgens de auteurs suggereren deze resultaten dat zelfbeheersing verbonden is met het glucose niveau in het bloed.

Glucose is niet de energiebron  (Kurzban 2010)

Bovenstaand onderzoek is kritisch tegen het licht gehouden door Kurzban (2010). In zijn review stelt hij twee hypotheses die waar moeten zijn, wil het glucose model van Gailliot et al. (2010) kunnen kloppen. Namelijk (1) het uitvoeren van een zelfcontroletaak kost meer glucose dan het uitvoeren van een cognitieve taak waarbij geen zelfcontrole nodig is en (2) het uitvoeren van een zelfcontroletaak verlaagt het glucoseniveau ten opzichte van het niveau van voor de taak. Als hypothese twee niet waar is kan een vermindering in glucoseniveau niet de oorzaak zijn van verminderd presteren. Volgens Kurzban is er in sommige gevallen een relatie tussen de prestatie van zelfcontrole en daling van bloed glucoseniveau, maar niet in alle. Als deze daling er al is, is niet duidelijk wat de reden ervoor is. Veranderingen in glucoseniveau in het bloedplasma brengen veranderingen teweeg in glucose niveau in de hersenen en daarmee neuronale functie. Al is de sterkte van dit verband bijzonder sterk. (Sieber, Traystman, 1992). In de extreme gevallen dat de hersenen extra calorieën zouden verbruiken zal dit verbruik, volgens Kurzban, slecht 0.2 calorieën zijn. Dit omdat de hersenen maar 0.25 calorieën per minuut consumeren (Clarke, Sokoloff, 1998).

Kurzban geeft aan dat de data uit de studies van Gailliot et at (2007) juist tot een conclusie tegen degene die de auteurs getrokken hebben leidt. Daarnaast laat de wetenschap van trainen & bewegen zien dat het verbranden van calorieën door fysieke activiteit juist een verbeterd effect heeft op het uitoefenen van onder andere zelfcontroletaken (Tomporowski, 2003). Het glucose model van zelfcontrole moet daarom goed gereviseerd worden volgens Kurzban (2010). Als verklaring draagt Kurzban aan dat de veranderingen in prestatie wellicht toe te schrijven is aan het feit dat het lichaam zelf berekend waar de energie naar toe gaat.

Discussie

Beide artikelen halen interessante punten aan die hun stelling onderschrijven. Echter is het belangrijk om ook te kijken naar hoe men het onderzoek in gegaan is. Als men van te voren al te sterk wil dat een bepaalde theorie waarheid is, wordt objectief kijken naar de resultaten complexer. Dit geeft Kurzban (2007) ook aan in zijn artikel, en ik deel deze mening, over de studies en conclusies van Gailliot et al. (2010).

Het is zeker zo dat glucoseniveaus voor een groot deel bepalen hoe energiek we ons voelen. Het is per slot van rekening de brandstof van in ieder geval de biologische processen in ons lichaam. En naar mate er minder brandstof is, voelen we ons minder energiek. Maar of dit dan direct verantwoordelijk is voor een lager zelfbeheersing is mijn inzien, en die van Kurzban, niet correct. Zoals Kurzban mooi aangeeft gebruikt ons brein maar een geringe hoeveelheid calorieën per minuut. De impact van een laag glucosegehalte zal daarom ook beperkt zijn. Want volgens Kurzban een meer plausibelere verklaring is dat het lichaam berekent en energie toewijst aan diverse processen in het lichaam. En dat er daardoor verminderd zelfbeheersing is.

Beide theorieën zijn interessant en moeten niet aan de kant geschoven worden. Persoonlijk vind ik dat vooral de rol van hormonen in zelfbeheersing niet vergeten moet worden. Hier gaan beide auteurs aan voorbij. Er zijn diverse voorbeelden te bedenken van situaties waarin iemand “verstoorde” hormoonlevels heeft en daardoor een beperktere zelfbeheersing. Denk bijvoorbeeld aan de zwangere vrouw die zichzelf niet kan beheersen en bepaalde (per individu verschillend) voedingsmiddelen “moet” nuttigen. Algemeen bekend is dat de hormoonhuishouding van zwangere vrouwen veranderd is in vergelijking met voor de zwangerschap. Of een iemand onder stress die zijn kalmte verliest. Stress heeft invloed op de hormonen. Bijvoorbeeld hormoon Ghrelin, een trek hormoon, dat aangemaakt wordt onder stress (Chuan, Zigman. 2010). En onder stress hebben we meer moeite met zelfbeheersing. Zo blijkt dat mensen die een succesvol een dieet volgen, juist onder stress de controle verliezen en kiezen voor ongezond voedsel (Zellner, et al. 2006).

Verder moet er goed gekeken worden naar de gevolgen van fysieke inspanning. Als men aan fysieke activiteit doet kost dit energie. Glucose moet worden ingezet om de spieren te laten werken. Dit zou juist, volgens Gailliot et al, voor verminderd zelfbeheersing zorgen. Maar Tomporowski (2003) laat juist zien dat fysieke activiteit juist een verbeterd effect heeft op het uitoefenen van onder andere zelfcontroletaken. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat de hormoonproductie ook aangedaan wordt door fysieke activiteit. De hormonen zorgen voor het voldane, trotse gevoel en wellicht kunnen we daardoor beter onze zelfbeheersing houden.

Het is zelfs zo dat alleen al de gedachte, het proeven, van glucose sportprestaties positief beïnvloeden. Chambers, Bridge, en Jones (2009) gaven wielrenners glucose houdende drank en lieten ze dit vervolgens meteen weer uitspugen. De fysieke prestaties van deze groep verbeterde meer dan bij de placebo groep. Dit zou te maken kunnen hebben met het gevoel beloond te worden volgens de onderzoekers, wat hormoon productie stimuleert, en zodoende kan men meer geven. Oftewel, zichzelf beter controleren en beheersen.

Onderzoekers bestuderen ook de relatie tussen alcoholverslaving en bepaalde hormonen. Zo heeft Aoun (2015) een relatie gevonden tussen het thyriod hormoon, de thyriod axis en alcohol behoefte. Deze resultaten moeten nu wel op grote schaal getoetst worden. Wel is dit weer een voorbeeld van zelfbeheersing in relatie met hormonen.

Duidelijk is vooral dat ons zelfbeheersing een niet zo voor de hand liggende verklaring heeft. Waarschijnlijk spelen meerdere factoren een rol, die allemaal ook interactie hebben. Glucose moet daarom ook niet afgeschreven worden als beïnvloeder van zelfbeheersing, maar dan in combinatie met hormoonhuishouding en het toewijzen van energie door ons eigen lichaam. Meer onderzoek is gewenst om tot een specifiekere conclusie te komen.

Wat jouw doel ook is, het vereist discipline en controle om ergens te komen. Het helpt om met mensen te praten en steun te krijgen. Daarnaast moet je van te voren bewust zijn van de uitdagingen die je te wachten staan, zodat je er goed mee om kan gaan. Vind je dit lastig? RFB Lifestyle helpt jou hier bij. Met je coach kan je over alles praten, en zorg je samen dat je zelfbeheersing hoog blijft. Met de trainingsschema’s en de voedingsadviezen bereik jij je doel.

Ronald F. Boogaard

Literatuur

  • Aoun E.G., Lee M.R., Haass-Koffler C.L., Swift R.M., Addolorato G., Kenna G.A., Leggio L. (2015). Relationship between the thyroid axis and alcohol craving. Alcohol and Alcoholism, 50 (1), 24–29. doi: 10.1093/alcalc/agu085
  • Chambers, E. S., Bridge, M. W., & Jones, D. A. (2009). Carbohydrate sensing in the human mouth: Effects on exercise performance and brain activity. Journal of Physiology, 587, 1779-1794.
  • Chuang J.C., Zigman J.M. (2010). Ghrelin’s roles in stress, mood, and anxiety regulation. International Journal of Peptide. doi:10.1155/2010/460549
  • Gailliot, M. T., Baumeister, R. F., DeWall, C. N., Maner, J. K., Plant, E. A., Tice, D. M. & Schmeichel, B. J. (2007). Self-control relies on glucose as a limited energy source: Willpower is more than a metaphor.Journal of Personality and Social Psychology, 92, 325-336. doi:10.1037/0022-3514.92.2.325
  • Jensen A.R., & Rohwer JR., W.D. (1966). The stroop color-word test: A review. Acta Psychologica, 25, 36-93.
  • Kurzban, R. (2010). Does the brain consume additional glucose during self-control tasks? Evolutionary Psychology, 8, 244-259.
  • Tomporowski, P. D. (2003). Effects of acute bouts of exercise on cognition. Acta Psychologica, 112, 297–324.
  • Zellner, D.A., Gonzalez, S.L.Z., Pita, J., Morales, J., Pecora, D., & Wolf, A. (2006). Food selection changes under stress. Psysiology & Behaviour, 87, 789-793.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *